Ernst Mosch: De koning van de blaasmuziek
Geen enkele naam in de Egerländer / Böhmische muziekwereld klinkt zo groots als die van Ernst Mosch. Lees hieronder het levensverhaal van de grondlegger van Die Original Egerländer Musikanten, vanaf zijn geboorte in het Egerland in 1925 tot aan zijn overlijden in 1999.
De geboorte van een icoon
Ernst Mosch werd op 7 november 1925 geboren in het circa 4.000 inwoners tellende plaatsje Zwodau (tegenwoordig Svatava), gelegen nabij Falkenau (nu Sokolov) in het West-Boheemse Egerland. Dit Duitstalige gebied stond destijds ook bekend als het Sudetenland en ligt tegenwoordig in Tsjechië. Hij bleef het enige kind van zijn ouders. Zijn vader Andreas was op het moment van zijn geboorte 24 jaar oud en zijn moeder Albine 18 jaar. Zij was op haar zeventiende zwanger geraakt en werkte in een spinnerij. Zijn vader was een mijnwerker die in 1932 – op 31-jarige leeftijd – invalide raakte na een ernstig mijnongeluk waarbij hij een gasvergiftiging opliep. Ernst Mosch was toen nog geen zeven jaar oud.
Verhuizing naar Falkenau
Na het ingrijpende mijnongeluk van vader Andreas verhuisde het gezin naar Falkenau an der Eger. Ze vonden onderdak in een klein arbeidershuisje en begonnen een handel in brood en melk om rond te komen. Het bezorgen van de zware melkflessen en het brood werd al snel een vaste taak voor de jonge Ernst. Falkenau was in die tijd een stad vol muziek; er waren maar liefst drie grote blaasorkesten van elk 40 tot 50 muzikanten actief, evenals vier jeugdorkesten. Iedere zondag stroomde het stadspark vol voor het wekelijkse concert. Ernst was gefascineerd door de klanken en keek vol bewondering naar de muzikanten. Zijn grootste droom? Ooit zelf tussen hen op het podium staan. Hoe hij die droom waarmaakte, leest u in het volgende hoofdstuk.
Een list
De pas zevenjarige Ernst Mosch was vastberaden om dicht bij zijn muzikale helden te komen. Omdat hij nog te jong was om mee te spelen, bedacht hij een slimme list. Hij stapte tijdens een concert stoutmoedig op een van de flügelhornspelers af en vroeg of hij een glas bier voor hem mocht halen. De muzikant keek de kleine Ernst lachend aan en zei: “Dat is prima, haal mij maar een halve liter bier!” Zo geschiedde. Als beloning mocht Ernst de rest van het concert op het podium blijven zitten. Voor hem was dat een magisch moment, of zoals hij er later zelf over zei: “Ich war glücklich.” Het bleek een beslissend moment, want vanaf die dag zou de blaasmuziek de allergrootste drijfveer in zijn leven worden.
De eerste muzikale schreden
Al op jonge leeftijd bleek Ernst Mosch buitengewoon muzikaal te zijn. Hij kon prachtig zingen, uitstekend fluiten en ook op zijn eerste instrument, de mondharmonica, blies hij al snel een aardig deuntje. Mede hierdoor was hij erg geliefd bij zijn klasgenoten. Zijn talent bleef niet onopgemerkt; een oplettende leraar zag dat er meer in de jonge Ernst zat en zocht zijn vader op. "Wat zou u ervan vinden als uw zoon muzikant wordt?", vroeg de leraar. Vader Mosch antwoordde nuchter: "Ja, als hem dat lukt." Niet veel later begon Ernst met vioollessen. Hij had het instrument snel in de vingers en speelde al gauw de bekende schlager ‘Ich tanz mit dir in den Himmel hinein’ als serenade voor zijn moeder. Zijn muzikale honger was echter nog niet gestild, want hij besloot ook de flügelhorn op te pakken. Dit bleek een gouden greep: al op achtjarige leeftijd slaagde hij erin om mee te mogen spelen in het bekende Falkenauer Jugendblasorchester.
Stiekem trombone spelen
Op vijftienjarige leeftijd deed Ernst Mosch toelatingsexamen bij een gerenommeerde muziekschool met internaat in Ölsnitz, gelegen in de Duitse deelstaat Saksen. Na een succesvolle auditie op de flügelhorn werd hij direct aangenomen. Het regime op het internaat was streng en gedisciplineerd: elke ochtend van 9 tot 12 uur werd er intensief in orkestvorm gerepeteerd, en de middagen stonden volledig in het teken van zelfstudie. Ernst nam zijn opleiding uiterst serieus en vertelde daar later over: “Ich übte wie ein Verrückter” – hij oefende werkelijk als een gek. Tijdens zijn verblijf op de muziekschool ontdekte hij ook een trombone. Hoewel de directeur van de school het absoluut niet mocht weten, begon Ernst er stiekem in zijn schaarse vrije uren op te oefenen.
Een gouden kans!
Eind 1943, net achttien jaar oud, werd Ernst Mosch opgeroepen voor militaire dienst bij het Duitse leger. Omdat hij afkomstig was uit het Sudetenland, werd hij als Sudeten-Duitser direct ingelijfd. Zelf noemde hij deze diensttijd later de meest ongelukkige periode uit zijn leven; hij gaf ruimschoots toe dat hij absoluut geen goede soldaat was. Zijn redding kwam toen een officieel militair orkest, het Wehrmachtorchester, de kazerne bezocht waar hij gelegerd was. De compagniechef van Ernst wist van zijn talent en vroeg de kapelmeester of Mosch auditie mocht doen. Dat mocht. Ernst moest naar voren komen, kreeg een trombone in zijn handen gedrukt en blies vijf minuten lang een indrukwekkende solistische wals. De kapelmeester luisterde aandachtig en noteerde zijn naam, maar liet verder niets los. Pas acht weken later volgde de ontknoping…
Een blijvend litteken
Acht weken na zijn auditie kreeg Ernst Mosch het verlossende bericht: hij werd aangenomen als trombonist in het muziekkorps van het West-Pruisische Eylau. Ernst was dolgelukkig. In 1944 kreeg hij voor het eerst een kort verlof om zijn ouders in Falkenau te bezoeken. Zijn terugkeer werd in het plaatselijke café uitbundig gevierd, maar de vreugde was van korte duur. Het front verschoof snel en de Russische troepen rukten op, waardoor Ernst halsoverkop moest terugkeren.
Hij werd overgeplaatst naar het front bij Breslau om mee te vechten. Tijdens de hevige gevechten werd Ernst door een Russische kogel in zijn linkeronderarm getroffen. De verwonding was ernstig: de zenuw raakte zo beschadigd dat hij zijn linkerduim nooit meer zou kunnen bewegen. Wie goed naar oude foto’s of video's van de maestro kijkt, ziet dat die duim altijd slap naar beneden hangt – een blijvende herinnering aan de verschrikkingen van de oorlog.
Ontmoeting met Lydia
Na de verwonding aan zijn linkeronderarm werd Ernst Mosch via Dresden overgebracht naar een militair ziekenhuis in zijn eigen vertrouwde Falkenau. Achteraf gezien bleek die kogelwond een geluk bij een ongeluk; zonder deze blessure was hij aan het front waarschijnlijk door de Russen krijgsgevangen genomen. Het roept een indringende vraag op: wat als Ernst de oorlog niet had overleefd? Zou de blaasmuziek die hij later zo groot maakte, dan ooit zo'n wereldfaam hebben gekend?
Tussen alle naoorlogse chaos vond hij echter ook het geluk. In Falkenau werden destijds veel evacués opgevangen, waaronder Lydia, een meisje uit het Duitse Ruhrgebied. Tussen de twee bloeide al snel een diepe vriendschap op. De liefde bleek zo sterk dat ze nog in datzelfde jaar, 1945, besloten te trouwen. Ernst Mosch was op dat moment nog net geen twintig jaar oud.
Iets te eten en sigaretten
Mei 1945: nazi-Duitsland heeft de oorlog verloren. Als vergelding voor de Duitse bezetting en de wreedheden tijdens de oorlogsjaren, besluit de Tsjecho-Slowaakse regering om de miljoenen Duitstalige Sudeten-Duitsers massaal en hardhandig het land uit te zetten. Ernst Mosch besluit niet af te wachten en vlucht samen met vijftien vrienden richting Beieren. Het verhaal gaat dat hij destijds slechts twee bezittingen bij zich droeg: zijn trombone en een scheermes. De muziek bleek direct zijn redding; nog op de avond van zijn vlucht stond hij in een Amerikaanse officiersclub jazzmuziek te spelen. Hij zou er drie weken blijven. Zijn gage? Geen geld, maar wat te eten en sigaretten.
De armoede in die eerste naoorlogse maanden was enorm. Mosch had zo weinig geld dat hij zich niet eens een paar nieuwe schoenen kon veroorloven. Collegamuzikant Horst Reipsich herinnerde zich later een pijnlijk moment uit die tijd: Mosch drukte een sigarettenpeuk uit met zijn schoen en verbrandde daarbij zijn voet, simpelweg omdat de zool volledig was doorgesleten. Ondanks de barre omstandigheden knokte hij zich muzikaal omhoog. In 1946 trad hij toe tot de Hiller Band en niet veel later sloot hij zich aan bij het zevenkoppige REMO-combo.
Kennismaking met Erwin Lehn
In september 1951 volgde een cruciale doorbraak in de carrière van Ernst Mosch. Het gerenommeerde orkest van Erwin Lehn zocht een eerste trombonist. Mosch mocht twee proefopnames maken en ontving daarvoor het destijds riante bedrag van 375 Mark. Ter vergelijking: in die periode verdiende hij ongeveer 500 Mark per maand.
Zijn talent overtuigde de bandleider meteen en hij kreeg een vast contract bij Erwin Lehn und sein Südfunk Tanzorchester uit Stuttgart, een van de allerbelangrijkste en meest invloedrijke dansorkesten van Duitsland. Het orkest genoot grote internationale bekendheid en deelde in die tijd het podium met wereldsterren zoals Peter Alexander, Vico Torriani, Josephine Baker, Caterina Valente en zelfs de legendarische jazztrompettist Miles Davis. Voor Ernst Mosch was dit de perfecte springplank naar het grote succes.
Een briljant musicus
Binnen het orkest van Erwin Lehn ontpopte Ernst Mosch zich al snel als een briljante trombonist die met zijn virtuoze solo's diepe indruk maakte. Toen Erwin Lehn op een gegeven moment een aantal maanden ziek was, kreeg Mosch de tijdelijke muzikale leiding in handen. Dit zorgde meteen voor een frisse impuls; onder zijn leiding kreeg het orkest een heel nieuwe dynamiek en een unieke muzikale interpretatie.
Met deze formatie reisde Mosch door heel Europa en speelde hij in grote steden zoals Parijs, Amsterdam, Brussel, Venetië en Monte Carlo. Ondanks al deze internationale successen bleef Ernst zelf opvallend bescheiden. Wanneer hij zijn eigen talent vergeleek met dat van de grote Amerikaanse trombonisten uit die tijd, relativeerde hij dat steevast op zijn eigen, nuchtere manier: hij vond zichzelf, zoals hij het zelf lachend noemde, maar 'een kleine schijtert'.
Vliegangst
Binnen het orkest van Erwin Lehn bewees Ernst Mosch dat hij van alle markten thuis was; hij blies niet alleen fantastische solo's op zijn trombone, maar maakte ook deel uit van het vaste zangtrio. Of het nu de eerste, tweede of derde stem was: Mosch zong het moeiteloos. Toch had de jonge muzikant ook een grote zwakke plek, en dat was reizen per vliegtuig. Hij leed aan een enorme vliegangst.
Op vrijdag 13 januari 1956 stond er een optreden in Berlijn gepland. Zijn collega-muzikanten wisten precies hoe bang Ernst was en plaagden hem onderweg met de meest angstaanjagende verhalen, zoals de mysterieuze vliegtuigcrash van de legendarische bandleider Glenn Miller. Ernst zat peentjes te zweten in zijn stoel. Toen het toestel uiteindelijk veilig aan de grond kwam, was de ontlading zo groot dat hij zijn trombone pakte. Terwijl hij de vliegtuigtrap afdaalde, blies hij vol opluchting een vrolijk deuntje over het vliegveld.
Journalistenbal in Bonn
Hoewel we net al in 1956 waren, maken we een kleine sprong terug in de tijd naar het carnaval van 1955. Het orkest van Erwin Lehn was destijds uitgenodigd om de muziek te verzorgen tijdens het prestigieuze Journalistenbal. Dit vond plaats in een Kurhaus in de omgeving van Bonn, destijds de hoofdstad van West-Duitsland. De gastenlijst was indrukwekkend; onder de aanwezigen bevond zich onder anderen Konrad Adenauer, de allereerste naoorlogse bondskanselier van Duitsland, samen met tal van ministers en andere hooggeplaatste prominenten.
Het orkest moest een marathonoptreden verzorgen van acht uur ’s avonds tot maar liefst vijf uur in de ochtend. Om het veeleisende publiek de hele nacht te vermaken en wat broodnodige variatie in het repertoire aan te brengen, deed Erwin Lehn een bijzonder verzoek aan Ernst Mosch. Hij vroeg hem om met een kleine bezetting een aantal traditionele nummers uit zijn geliefde Egerland te spelen. En wat er op dat moment in de zaal gebeurde, leest u zo meteen!
Meerdere toegiften
Ernst Mosch en enkele muzikale collega's betreden het podium van het journalistenbal voor het gevraagde intermezzo. Aan zijn zijde staat Franz Bummerl, die later zijn absolute rechterhand en vaste zangpartner zou worden. Samen zetten zetten de muzikanten uit het Egerland de eerste tonen in. Er staan die avond geen muziekstandaarden op het podium; ze speelden klassiekers zoals de Herz-Schmerz Polka, Rosamunde en de Wachtel Polka volledig uit het hoofd – of zoals Ernst het zelf in goed Egerlands zei: “Aus dem Hut”.
Wat volgde, overtrof alle verwachtingen. De stijve politieke elite en de aanwezige journalisten in de zaal sloegen massaal aan het feesten. Men begon te klappen, te zingen en tafels werden aan de kant geschoven. De verfijnde swingmuziek van Lehn maakte plaats voor een ongekende, haast magische sfeer. De reacties waren zo overweldigend dat de muzikanten meerdere toegiften moesten spelen. Deze bewuste avond bracht bij Ernst Mosch een diep besef teweeg: de traditionele blaasmuziek uit zijn verloren vaderland leefde volop. Dit succes was het definitieve startschot voor de oprichting van een orkest dat uiteindelijk méér dan 40 miljoen LP's en CD's zou verkopen.
32.000 brieven
Gesterkt door het succes op het Journalistenbal zette Ernst Mosch in het voorjaar van 1956 de volgende stap. Begin april trommelde hij elf collega-muzikanten op om in de studio vijf traditionele nummers op te nemen. Mosch financierde het project destijds volledig zelf en betaalde elke muzikant een bescheiden gage van 10 D-mark uit eigen zak.
Op zondag 21 april 1956 was het grote moment daar: radiostation Südfunk Stuttgart zond de vijf opgenomen titels uit, waaronder de inmiddels legendarische Fuchsgraben Polka en Rauschende Birken. Wat er daarna gebeurde, was ongekend. Binnen amper een week tijd werd de radiozender bedolven onder maar liefst 32.000 enthousiaste brieven van luisteraars. Iedereen wilde weten wie deze fantastische kapel was en waar hun muziek te koop was. Omdat Ernst Mosch en het merendeel van de muzikanten oorspronkelijk uit het West-Boheemse Egerland kwamen, koos hij ter plekke de perfecte naam voor het ensemble: Die Egerländer Musikanten.
Rauschende Birken
Het enorme radiosucces bleef niet onopgemerkt. Op 1 december 1956 ondertekende Ernst Mosch zijn allereerste platencontract bij de gerenommeerde platenmaatschappij Telefunken-Decca. Hun allereerste release was een schellak-single met daarop de Fuchsgraben Polka en Rauschende Birken. Het bleek meteen een schot in de roos. Al snel volgden er meer singles, die in die beginperiode allemaal nog puur instrumentaal waren.
Op een gegeven moment stelde de opnameleider voor om een nummer met zang op te nemen om de muziek nóg toegankelijker te maken. In eerste instantie werd er geëxperimenteerd met een vierkoppig zangkoor, maar dat gaf niet het gewenste resultaat. Men besloot het over een andere boeg te gooien: een intiem zangduo bestaande uit Ernst Mosch zelf en zijn trouwe kompaan Franz Bummerl. Het eerste nummer dat zij samen op de plaat zetten, was het weemoedige Egerland-Heimatland. Het publiek was op slag verliefd op deze herkenbare sound. Op 19 mei 1957 brachten zij deze primeur voor het allereerst live ten gehore tijdens een optreden.
Kettingreactie
De populariteit van het orkest nam in 1958 zulke extreme vormen aan, dat er overal kopieën opdoken. Om zich te onderscheiden van de wildgroei aan andere kapellen, voegde Ernst Mosch het woord 'Original' toe aan de groepsnaam. Vanaf dat moment was het kwaliteitsmerk Die Original Egerländer Musikanten een feit. De mond-tot-mondreclame deed de rest: elk live-optreden dat de kapel verzorgde, leverde direct drie tot vier nieuwe boekingen op.
Om aan de muzikale eisen te voldoen, groeide de vaste live-bezetting uit naar achttien muzikanten. In de opnamestudio experimenteerde Mosch in die beginjaren nog volop met verschillende bezettingen. Soms heel intiem, en soms juist reusachtig groot met wel 35 muzikanten onder de naam Falkenauer Blasmusik. Maar voor de liveconcerten was er een ijzeren wet: daar stonden uitsluitend Die Original Egerländer Musikanten op de bühne. Rond 1960 trad het orkest vrijwel elk weekend op. Dit zorgde voor een moordend schema, want Ernst Mosch was daarnaast doordeweeks nog altijd fulltime actief als eerste trombonist in het radio-orkest van Erwin Lehn.
1960: Eerste gouden plaat
Op 12 februari 1960 bereikte Ernst Mosch een historische mijlpaal: hij kreeg zijn allereerste gouden plaat uitgereikt voor de verkoop van maar liefst 250.000 singles met de Fuchsgraben Polka en Rauschende Birken. Het was een ongekende prestatie die bewees dat zijn muziek een miljoenenpubliek aansprak. Het Egerländer-succes bleef in de jaren daarna maar doorgroeien, waardoor de agenda van de maestro overvol raakte.
Om zich volledig op hun eigen ensemble te kunnen richten, namen Ernst Mosch en zijn trouwe secondant Franz Bummerl op 25 maart 1966 een ingrijkend besluit: ze stopten definitief bij het dansorkest van Erwin Lehn. Dit Südfunk Tanzorchester (de huidige SWR Big Band) was destijds een muzikaal instituut in Duitsland, bekend om zijn strakke jazz en moderne ritmes. Voor Mosch betekende het vertrek een sprong in het diepe, maar exact tien jaar na de oprichting kon hij zich nu fulltime focussen op zijn grote levenswerk: Die Original Egerländer Musikanten. Op de foto zien we Ernst Mosch en Franz Bummerl bij de uitreiking van een gouden plaat op 23 mei 1967.
Carnegie Hall in New York
Op 12 mei 1966 volgde een absoluut hoogtepunt in de geschiedenis van het orkest. Die Original Egerländer Musikanten stapten op de luchthaven van Stuttgart-Echterdingen in een KLM-toestel met bestemming Amerika. Er stond een mammoettournee op het programma: negen concerten voor in totaal meer dan 20.000 dolenthousiaste bezoekers. Het absolute kroonjuweel van de tour vond plaats op 21 mei, toen zij als allereerste Duitse orkest ooit mochten optreden in de wereldberemde Carnegie Hall in New York. Ernst Mosch gaf na afloop ruimschoots toe dat de zenuwen hem vooraf door de keel gierden, maar het Amerikaanse publiek reageerde uitzinnig en beloonde de kapel met een minutenlange staande ovatie.
Omdat de afstanden in Amerika enorm waren, moest er tussen de steden telkens worden gevlogen – een beproeving voor de vliegangst van de maestro. Tijdens de reis zorgde de logistiek bovendien voor de nodige hilariteit. Bij een van de tussenstops stond het vliegtuig op slechts twee minuten lopen van het hotel geparkeerd, waardoor alle muzikanten op eigen gelegenheid naar het toestel mochten wandelen. Eenmaal aan boord vroeg een argwanende Mosch aan Franz Bummerl: "Kijk eens of ze er allemaal wel zijn." Wat bleek? Twee muzikanten waren onderweg hopeloos verdwaald geraakt op het vliegveld. Zij moesten uiteindelijk met een apart privévliegtuigje worden nagevlogen om de rest van de tournee niet te missen.
Najaar 1967: 81 concerten
In de jaren na de Amerikaanse tournee kenden de successen werkelijk geen grenzen meer. Die Original Egerländer Musikanten waren uitgegroeid tot een fenomeen van wereldformaat. In heel Duitsland stroomden de concertzalen en sporthallen moeiteloos vol, met toeschouwersaantallen die varieerden van 4.000 tot wel 7.500 liefhebbers per avond. Om aan de enorme vraag te voldoen, trok het orkest onafgebroken door Europa. In het najaar van 1967 verzorgden zij een slopende reeks van maar liefst 81 concerten, waarbij zij de bühne regelmatig deelden met een andere grootheid uit de volksmuziek: Slavko Avsenik und seine Original Oberkrainer.
Rond deze periode kreeg Ernst Mosch in de media en door zijn miljoenen fans definitief de eretitel "König der Blasmusik" – een kroon die hij met trots droeg door zijn ongekende perfectionisme en unieke arrangementen. In 1971 lieten de statistieken van zijn succes de muziekindustrie duizelen: de teller stond inmiddels op 8 miljoen verkochte platen en het orkest had al 1.200 concerten gegeven. Met een totaal van zo'n 2,4 miljoen bezoekers trok Mosch gemiddeld 2.000 liefhebbers per optreden. Om al die concerten te bereiken, had de kapel al meer dan 300.000 kilometer op de teller staan. De herkenbare Egerländer-sound had Europa definitief veroverd.
Passie voor duivensport
In 1968 startte Ernst Mosch met het kweken van duiven. Tijdens een tournee in 1971 kwam hij in contact met de familie Janssen uit het Belgische Arendonk. Deze familie stond wereldwijd bekend als een van de meest beroemde duivenkwekers. Mosch kocht er diverse duiven, waarbij het goedkoopste koppel hem destijds al 3000 DM kostte. In de loop der jaren schafte hij uiteindelijk circa 60 duiven aan bij de familie Janssen. Vervolgens kweekte Mosch jaarlijks nog meer dan 35 duiven via zijn eigen koppels. Een aantal daarvan schonk hij kosteloos aan andere duivenliefhebbers. Hij wilde daar bewust geen geld voor hebben; als het toevallig een minder goede duif zou zijn, wilde hij achteraf niet het verwijt krijgen dat hij een slechte duif had verkocht. Voor Ernst Mosch was de duivensport puur een hobby en niet bedoeld om geld aan te verdienen. Dat deed hij uiteraard met zijn muziek. Voor zijn duiven bouwde Mosch een speciaal duivenhok bij zijn woning, compleet met een klimaatinstallatie. Dat kostte hem in totaal meer dan 100.000 DM.
Unvergessen: Barbara Rosen
In 1971 besloot Ernst Mosch dat het tijd was voor vernieuwing. Hij had het gevoel dat de traditionele mannenduetten met Franz Bummerl niet meer helemaal aansloten bij de moderne tijd. Het orkest van Slavko Avsenik trad al langer succesvol op met een zangeres, en dat diende voor Mosch als het perfecte voorbeeld. Zijn oog viel op de 22-jarige Gisela Schaich, die als kind onder het pseudoniem 'Gissy Jung' al diverse singles had opgenomen. Ze trad toe tot het orkest onder haar artiestennaam Barbara Rosen en werd vanaf de eerste dag een sensationeel succes. Ze was buitengewoon muzikaal, had een feilloos gevoel voor harmonie en bezat een schitterende uitstraling op het podium. Samen met Ernst Mosch vormde ze een gloednieuw zangduo dat al snel uitgroeide tot het absolute handelsmerk van de liveshows.
Het succes leek eindeloos, tot in 1986 plotseling het noodlot toesloeg. Bij de geliefde zangeres werd een hersentumor geconstateerd. Op 23 mei 1986, op de tragisch jonge leeftijd van slechts 36 jaar, overleed Barbara Rosen aan de gevolgen van deze slopende ziekte. Haar veel te vroege dood sloeg een diepe wond binnen het orkest en liet een enorme leegte achter bij de maestro en de miljoenen fans wereldwijd.
Pfeffer und Salz
In 1974 besloot Ernst Mosch een heel nieuw en uniek project leven in te blazen: Ernst Mosch und seine Original Straßenmusikanten. Dit ensemble trad op in een relatief kleine bezetting, waarbij de traditionele blaasinstrumenten werden aangevuld met een akoestische gitaar en een accordeon. Het idee voor deze opzet kwam voort uit pure nostalgie. In zijn vroege jeugdjaren in het Egerland trokken er namelijk regelmatig kleine groepjes straatmuzikanten door de dorpen, die de bewoners trakteerden op vrolijke, ongecompliceerde volksmelodieën. Dat warme, intieme gevoel wilde Mosch graag in de studio heroveren.
Het grootste en meest legendarische succesnummer van deze formatie werd zonder twijfel de levendige mars-polka Pfeffer und Salz, gecomponeerd door Mosch zelf en Frank Pleyer. Hoewel de platen van de Straßenmusikanten grif over de toonbank gingen, was de formatie puur bedoeld als studio-project. Mosch heeft met deze specifieke groep dan ook nooit echte liveconcerten voor publiek gegeven. Wel maakte hij een klein aantal exclusieve televisie-opnames, waarin de muzikanten in een knusse, huiskamerachtige setting lieten zien dat ook de kleinere bezettingen onder de maestro van absolute topklasse waren.
Geen feesttenten meer
Het jaar 1974 markeerde op een ander vlak een belangrijk keerpunt. Ernst Mosch besloot definitief te stoppen met optredens in feesttenten. De belasting werd simpelweg te groot: het orkest verzorgde in die hoogtijdagen zo'n 250 optredens per jaar. Mosch merkte dat dit moordende tempo ten koste ging van zijn gezin. Hij wilde vaker thuis zijn bij zijn vrouw Lydia en hun drie dochters Karin, Ellen en Biggi. Om de rust enigszins te bewaren, koos hij er vanaf dat moment voor om uitsluitend nog in grotere concertzalen en hallen op te treden.
Drie jaar later, in 1977, bleek zelfs dat schema nog te zwaar. Mosch hakte een knoop door en besloot om de liveconcerten een paar jaar volledig stil te leggen; hij wilde zich tijdelijk alleen nog richten op studio-opnames. Voor de muzikanten van het orkest was dit een bittere pil, aangezien zij hiermee een aanzienlijk deel van hun inkomsten verloren. Maar voor de maestro was de grens bereikt. De intensieve concerten eisten ook fysiek hun tol. Mosch was in de loop der jaren behoorlijk zwaar geworden en zweette tijdens de optredens zo hevig, dat hij per concert wel vier tot vijf keer van podiumjas moest wisselen.
Comeback
In 1981, na een podiumpauze van vier jaar, maakte Ernst Mosch zijn langverwachte comeback. Het timing was perfect, want het orkest vierde dat jaar zijn 25-jarig jubileum met een reeks triomfale concerten. Het was alsof de maestro nooit was weggeweest; de zalen stroomden direct weer vol en de televisie-aanvragen stroomden binnen. Een absoluut persoonlijk hoogtepunt voor Mosch was een grote televisieshow waarin hij te gast was bij zijn oude vriend Peter Alexander. Tot zijn grote vreugde mocht hij zelfs live op het scherm een duet met de Oostenrijkse showmaster zingen – een herinnering waar hij later altijd met enorm veel trots op terugkeek.
Het jaar 1981 bracht echter een nog veel diepere, emotionele mijlpaal. Voor het eerst in 36 jaar kreeg Ernst Mosch de kans om terug te keren naar zijn verloren vaderland in het inmiddels Tsjecho-Slowaakse Egerland. Hij bezocht het kleine arbeidershuisje in Falkenau (Sokolov) waar hij als kind met zijn ouders had gewoond. Tijdens deze gedenkwaardige reis ontmoette hij ook verschillende grote Tsjechische componisten die aan de basis stonden van de traditionele blaasmuziek. De meest bijzondere ontmoeting was met Jaromír Vejvoda, de man die in 1927 de wereldberoemde polka Škoda lásky had gecomponeerd — een melodie die in het Nederlands en Duits iconisch werd onder de naam Rosamunde. Voor de 'König der Blasmusik' was de cirkel hiermee eindelijk rond.
Tot de laatste stoel bezet
Het jaar 1986 stond volledig in het teken van het dertigjarig jubileum van het orkest. Na het tragische verlies van Barbara Rosen moest Ernst Mosch op zoek naar een nieuw vocaal geluid om de Egerländer-traditie voort te zetten. Dat vond hij in de talentvolle zangeres Helga Reichel, die in datzelfde jubileumjaar haar succesvolle debuut maakte op de bühne naast zanger Norman Sanders. Dit nieuwe zangduo bleek een schot in de roos en werd warm omarmd door de fans.
De muzikale trein denderde in de jaren daarna onverminderd voort. In 1992 werd het 35-jarig bestaan van de kapel gevierd met een reusachtige jubileumtournee door Duitsland, Oostenrijk en Nederland. De populariteit van de herkenbare sound bleek na al die decennia nog altijd gigantisch. De maestro dirigeerde zijn topmuzikanten met exact dezelfde passie en uiterste precisie als in zijn beginjaren. Dit harde werken werd beloond, want werkelijk alle concertzalen tijdens deze tournee waren tot de allerlaatste stoel uitverkocht.
Afscheidstournee 1998
Vanaf het einde van de jaren tachtig begon de gezondheid van Ernst Mosch hem serieus in de steek te laten. Hij leed aan een ernstige vorm van suikerziekte en een veel te hoge bloeddruk. Het zware leven op de bühne eiste zijn tol: in 1989 verloor hij voor de eerste keer het bewustzijn en in 1994 gebeurde dit opnieuw. Mosch viel dertien kilo af en besefte dat hij in het verleden roofbouw op zijn lichaam had gepleegd. In 1995 reisde hij met zijn orkest naar de Amerikaanse staat Michigan voor een tournee, maar die moest hij halsoverkop afbreken vanwege een gevaarlijk hoge suikerspiegel. Eenmaal terug in Duitsland werd hij direct in het ziekenhuis opgenomen. Na deze zware waarschuwing verloor hij nog eens twintig kilo.
De maestro knew dat hij geen honderd jaar oud zou worden en besloot in het voorjaar van 1998 dat het tijd was voor een definitief afscheid van het podium. Onder de veelzeggende titel Abschiedstournee '98 trok hij nog één keer met zijn Original Egerländer Musikanten langs dertig grote steden. Het werd een emotionele triomftocht. Avond na avond stonden duizenden trouwe fans met tranen in de ogen in de zaal om hun idool te bedanken. Mosch gaf nog één keer alles en bewees tijdens deze concerten waarom hij de onbetwiste koning van de blaasmuziek was. Op 26 april 1998 dirigeerde hij in het Circus Krone in München zijn allerlaatste concert.
Na de tournee verslechterde zijn situatie in rap tempo. Op zaterdag 15 mei 1999, vroeg in de ochtend, overleed Ernst Mosch op 73-jarige leeftijd in zijn huis in Germaringen, omringd door zijn vrouw Lydia en zijn drie dochters. Op 21 mei 1999 werd hij onder overweldigende belangstelling begraven in Untergermaringen. Als een laatste, kippenvelverwekkend eerbetoon aan hun geliefde chef speelden de muzikanten van zijn orkest aan het graf de weemoedige klanken van ‘Böhmischer Wind’.
Gebruikte bron voor het levensverhaal van Ernst Mosch: het boek 'Mein Leben - die Blasmusik' geschreven door Georg Ried en Elmar Wolf